Basisinstellingen voor fotograferen met de Nikon D70
Fotograferen met de Nikon D70 gaat het best als je de camera een vaste basis geeft en per situatie maar een paar dingen aanpast. De D70 heeft voor de belangrijkste instellingen eigen knoppen, dus je hoeft zelden in het menu te zoeken.
Een goed startpunt voor bijna alles:
- Stand A (diafragmavoorkeuze): jij kiest het diafragma, de camera de sluitertijd.
- ISO 200, de laagste en schoonste stand. Verhoog alleen als de sluitertijd te lang wordt.
- Beeldkwaliteit NEF of JPEG Fine, formaat L.
- Matrixmeting en witbalans op Auto, of op een vaste stand als het licht gelijk blijft.
- AF-S met één scherpstelpunt, zodat jij bepaalt waar de camera op scherpstelt.
Zet ISO auto in het Custom Setting-menu voorlopig uit. Dan weet je altijd welke ISO je gebruikt. Wil je de theorie achter deze keuzes begrijpen, lees dan eerst over diafragma en ISO.
Tip: houd ISO zo laag als je sluitertijd toelaat. Vanaf ISO 800 zie je op de D70 duidelijk meer ruis, maar een iets ruizige scherpe foto is altijd beter dan een bewogen foto.
Instellingen per situatie in één overzicht
Gebruik deze tabel als vertrekpunt. Kijk na een paar proefopnamen naar het histogram en pas de belichtingscorrectie aan met de knop +/- en de hoofdinstelschijf.
| Situatie | Stand | Diafragma | Sluitertijd | ISO | Scherpstellen |
|---|---|---|---|---|---|
| Landschap | A | f/8 tot f/11 | Door camera, statief onder 1/30 s | 200 | AF-S, één punt |
| Portret buiten | A | f/2.8 tot f/5.6 | Minimaal 1/125 s | 200 tot 400 | AF-S, punt op het oog |
| Sport en dieren | S | Door camera | 1/500 s of korter | 400 tot 800 | AF-C, dynamisch gebied |
| Binnen zonder flitser | A | Grootste opening | Minimaal 1/60 s | 800 tot 1600 | AF-S, één punt |
| Binnen met flitser | P of M | f/4 tot f/5.6 | 1/60 tot 1/125 s | 200 tot 400 | AF-S |
| Avond en nacht | M | f/8 | 2 tot 30 s | 200 | Handmatig (M) |
Landschap: scherp van voor tot achter
Voor landschappen wil je veel scherptediepte en zo min mogelijk ruis. Kies stand A met f/8 tot f/11; daar zijn de meeste objectieven op hun scherpst. Kleinere openingen zoals f/22 geven door buiging juist weer minder detail.
Stel scherp op ongeveer een derde van de diepte van het beeld, en niet op de horizon. Gebruik bij weinig licht een statief en de zelfontspanner, zodat het indrukken van de ontspanknop geen trilling geeft. In het Custom Setting-menu kun je de vertraging van de zelfontspanner korter zetten, bijvoorbeeld op 2 seconden.
Wil je meer verzadigde luchten en groen in JPEG? Kies bij Optimize image de stand Landscape of maak een eigen Custom-instelling met kleurmodus IIIa. Fotografeer je in NEF, dan regel je dat later bij het bewerken.
Portret: zachte achtergrond en scherpe ogen
Een portret wordt sterker als de achtergrond vervaagt. Dat bereik je met een groot diafragma (klein f-getal), een iets langer brandpunt en afstand tussen je model en de achtergrond. Met de kitlens 18-70mm zoom je in naar 70 mm en kies je de grootste opening. Een vast objectief zoals een 50mm f/1.8 gaat op de D70 nog een stap verder.
Kies met de multiselector het scherpstelpunt dat het dichtst bij het oog ligt. Heb je het oog scherp, dan klopt het portret. Fotografeer binnen bij een raam: zijlicht geeft vorm aan een gezicht en is zachter dan de ingebouwde flitser.
Buiten in fel zonlicht helpt de flitser juist om schaduwen onder de ogen in te vullen. Zet de flitscorrectie dan op ongeveer -1 EV, zodat het effect natuurlijk blijft.

Sport en beweging vastleggen
Voor bewegende onderwerpen telt vooral een korte sluitertijd. Kies stand S met 1/500 s of korter en verhoog de ISO tot de camera een bruikbaar diafragma vindt. De D70 maakt ongeveer 3 beelden per seconde in de continue stand; kies die met de ontspanstandknop.
Zet de AF-stand in het Custom Setting-menu op AF-C. De camera blijft dan scherpstellen zolang je de ontspanknop half indrukt. Met het AF-gebied op dynamisch volgt de camera het onderwerp naar een ander punt als het uit het gekozen punt beweegt. De D70 heeft vijf AF-punten, dus houd je onderwerp liefst in het midden van het beeld.
Wil je juist beweging laten zien? Gebruik dan een lange sluitertijd en beweeg mee met het onderwerp. Lees hier meer over in ons artikel over sluitertijd en bewegingsonscherpte.

Binnen en met de flitser
Binnen is het licht vaak zwak en gemengd. Dit zijn de belangrijkste flitsfuncties van de D70.
Snelle flitssynchronisatie
De D70 flitst tot een sluitertijd van 1/500 s. Dat helpt bij invulflits in fel daglicht, waar andere camera’s al bij 1/200 s ophouden.
Flitsstand en correctie
Houd de flitserknop ingedrukt en draai aan de hoofdinstelschijf voor de flitsstand, of aan de secundaire voor flitscorrectie van -3 tot +1 EV.
Slow sync voor sfeer
Met slow sync combineer je flits met een langere sluitertijd. De achtergrond krijgt dan meer licht en de foto oogt minder hard.
Draadloos flitsen
Zet de ingebouwde flitser via Custom Setting Flash Mode op Commander om een SB-600 of SB-800 los van de camera aan te sturen.
Avond- en nachtfoto’s maken
In het donker werk je met lange sluitertijden. Met deze stappen houd je de foto’s scherp en ruisarm.
-
Zet de camera op een statief
Een stevig statief of een vaste ondergrond is nodig vanaf ongeveer 1/30 s. Zet bij een objectief met VR de stabilisatie uit op een statief.
-
Kies stand M en ISO 200
Kies f/8 en begin met een sluitertijd van een paar seconden. Kijk naar het resultaat op het scherm en pas de tijd aan, tot maximaal 30 s. Langer kan in bulb, waarbij de sluiter open blijft zolang je de ontspanknop ingedrukt houdt.
-
Stel handmatig scherp
De autofocus heeft in het donker moeite. Zet de schakelaar op M en stel scherp op een verlicht punt, of gebruik eerst AF op een lichtbron en zet daarna de schakelaar om.
-
Ontspan zonder aanraken
Gebruik de zelfontspanner of de infrarood afstandsbediening ML-L3. Die kies je met de ontspanstandknop en de hoofdinstelschijf.
-
Gebruik ruisonderdrukking
Zet in het Shooting-menu Long exp. NR aan. Na een lange opname maakt de camera een donkerbeeld om ruis weg te werken; dat kost even extra wachttijd.
Welk objectief past bij jouw fotografie?
Van groothoek voor landschap tot een lichtsterk vast objectief voor portretten: ontdek welke objectieven goed werken op de D70 en welke je beter kunt mijden.
Veelgestelde vragen
Kies de scènestand Sports. De camera kiest dan een korte sluitertijd en stelt continu scherp. Werk je liever zelf, gebruik dan stand S met 1/500 s en AF-C.
Gloeilampen en veel warmwitte lampen geven oranje licht. Kies bij witbalans de stand Incandescent of meet een eigen witbalans met de stand Preset op een wit vel papier. Fotografeer je in NEF, dan kun je dit achteraf corrigeren.
Niet met de normale flitsfuncties: 1/500 s is de kortste sluitertijd waarbij het hele beeld door de flits belicht wordt. Snellere synchronisatie zoals Auto FP wordt officieel niet ondersteund op de D70.
Nee, de spiegelopklapfunctie in het Setup-menu is alleen bedoeld om de sensor te reinigen. Bij lange belichtingen op een statief beperk je trillingen met de zelfontspanner of de afstandsbediening.
ISO 200 geeft de schoonste beelden en is daarom de standaard. ISO 400 is nog vrijwel ruisvrij. Gebruik ISO 800 tot 1600 als het niet anders kan, bijvoorbeeld binnen zonder flitser.
