De Nikon D50 kwam in april 2005 op de markt als goedkopere en eenvoudigere broer van de Nikon D70. Wie vandaag een tweedehands instapper zoekt, komt beide camera’s vaak naast elkaar tegen. Ze maken foto’s van vergelijkbare kwaliteit, maar verschillen in bediening, snelheid en uitbreidingsmogelijkheden. In dit artikel zet je de verschillen op een rij en lees je welke camera het beste bij jou past.
In het kort
- Beide camera's hebben een 6,1 megapixel CCD-sensor in DX-formaat en een eigen autofocusmotor.
- De D70 heeft twee instelwielen, een sluitertijd tot 1/8000 s, scherptedieptecontrole en een commander-functie.
- De D50 is kleiner en lichter, heeft een groter scherm (2 inch) en gebruikt SD-kaarten.
- Voor beginners is de D50 eenvoudiger, wie veel handmatig werkt heeft meer aan de D70.
De Nikon D50 en D70 in het kort
Nikon bracht de D70 begin 2004 uit als betaalbare digitale spiegelreflex voor serieuze amateurs. Hij werd een groot succes. Ruim een jaar later volgden twee camera’s: de D70s als bijgewerkte versie van de D70 en de D50 als instapmodel daaronder. De verschillen tussen de D70 en D70s lees je in D70 vs D70s.
De D50 was bedoeld voor mensen die overstapten van een compactcamera. Nikon maakte de bediening daarom eenvoudiger en liet een paar functies voor gevorderden weg. De beeldkwaliteit bleef nagenoeg gelijk, omdat beide camera’s een 6,1 megapixel CCD-sensor in DX-formaat hebben met dezelfde resolutie van 3008 bij 2000 pixels.
Specificaties naast elkaar
| Kenmerk | Nikon D50 | Nikon D70 |
|---|---|---|
| Introductie | 2005 | 2004 |
| Sensor | 6,1 MP CCD, DX | 6,1 MP CCD, DX |
| ISO | 200 tot 1600, in hele stappen | 200 tot 1600, in stappen van 1/3 |
| Sluitertijden | 30 s tot 1/4000 s | 30 s tot 1/8000 s |
| Flitssynchronisatie | tot 1/500 s | tot 1/500 s |
| Beelden per seconde | ongeveer 2,5 | 3 |
| Scherm | 2,0 inch | 1,8 inch |
| Geheugenkaart | SD | CompactFlash (Type I en II) en Microdrive |
| Instelwielen | 1 | 2 |
| Scherptedieptecontrole | nee | ja |
| Draadloos flitsen (commander) | nee | ja |
| Gewicht zonder accu | ongeveer 540 g | ongeveer 595 g |
Een volledig overzicht van de D70 vind je op de pagina met specificaties.
Beeldkwaliteit: vrijwel gelijk
Omdat de sensor dezelfde resolutie heeft, zijn de foto’s van beide camera’s goed vergelijkbaar. Testers vonden in 2005 dat de D50 bij hogere ISO-waarden iets minder ruis liet zien en standaard wat helderdere JPEG’s maakte. Dat verschil is klein en verdwijnt grotendeels als je in RAW fotografeert en zelf bewerkt.
Beide camera’s leggen RAW-bestanden vast in het NEF-formaat van Nikon, eventueel samen met een JPEG. De laagste ISO is bij allebei 200. Op een zonnige dag met een groot diafragma loop je daardoor sneller tegen de kortste sluitertijd aan. Daar heeft de D70 met 1/8000 s meer ruimte dan de D50 met 1/4000 s.
Lichtmeting en scherpstellen
Onder de motorkap zit een verschil in de lichtmeting. De D70 meet de belichting met een RGB-sensor van 1005 segmenten. De D50 gebruikt een eenvoudigere sensor met 420 segmenten, wel met een nieuwere versie van de matrixmeting. In de praktijk belichten beide camera’s in de meeste situaties goed.
Bij spotmeting is het verschil groter. Op de D70 meet de spot ongeveer 1 procent van het beeld, op de D50 ongeveer 2,5 procent. Met een kleinere spot meet je preciezer, bijvoorbeeld een gezicht op een podium of de maan aan een donkere hemel.
Voor het scherpstellen gebruiken beide camera’s dezelfde autofocusmodule met vijf punten. Het middelste punt is het betrouwbaarst. Bij weinig licht helpt bij allebei een hulplampje aan de voorkant. Zet je de camera in de stand voor continu scherpstellen, dan volgen ze een bewegend onderwerp, al is dat niet te vergelijken met moderne camera’s.
Bediening en gebruiksgemak
Het grootste verschil merk je als je de camera vasthoudt. De D70 heeft een instelwiel voor en achter. In de handmatige stand M stel je met het ene wiel de sluitertijd in en met het andere het diafragma. Op de Nikon D50 is er één instelwiel. In stand M wissel je tussen sluitertijd en diafragma door een knop ingedrukt te houden. Dat werkt, maar is trager als je veel handmatig fotografeert.
De D70 heeft een knop voor scherptedieptecontrole. Daarmee sluit je het diafragma tijdelijk, zodat je in de zoeker ziet wat er scherp wordt. De D50 mist die knop. Ook kun je op de D70 rasterlijnen in de zoeker laten verschijnen, handig voor rechte horizonnen.
De D50 is kleiner, lichter en heeft een iets groter scherm. De menu’s zijn eenvoudiger en overzichtelijker, en bij de motiefprogramma’s zit een aparte stand voor het fotograferen van kinderen. Het bovenste statusscherm van de D50 heeft geen verlichting, op de D70 kun je dat paneel in het donker laten oplichten. Wie vooral in de automatische stand of met de motiefprogramma’s fotografeert, vindt de D50 vaak prettiger.

Flitser en snelheid
Beide camera’s hebben een ingebouwde flitser en synchroniseren tot een opvallend korte 1/500 s. Dat is handig als je overdag met flits wilt invullen. De D70 kan bovendien met zijn ingebouwde flitser externe Nikon-flitsers draadloos aansturen, de zogenoemde commander-functie. Bij de D50 kan dat niet.
Voor sport is de D70 iets sneller met 3 beelden per seconde tegenover ongeveer 2,5 bij de D50. Beide camera’s hebben vijf scherpstelpunten en een eigen autofocusmotor. Daardoor stellen oudere AF- en AF-D-objectieven op beide camera’s automatisch scherp. Lees meer over welke typen werken in het artikel over een Nikon objectief kiezen.
Geheugenkaart, accu en accessoires
De D70 gebruikt CompactFlash-kaarten. Die zijn tegenwoordig minder gangbaar, maar nog wel verkrijgbaar. De D50 was de eerste spiegelreflex van Nikon met een SD-slot. Let wel op: de D50 is gemaakt voor gewone SD-kaarten en kan niet altijd overweg met grotere SDHC-kaarten. Een kleine SD-kaart is voor 6 megapixel-foto’s ruim genoeg.
Wil je je foto’s op een moderne laptop zetten, dan is een SD-kaart praktisch: veel laptops hebben nog een SD-slot. Voor CompactFlash heb je meestal een losse kaartlezer nodig. Beide camera’s kunnen ook via een USB-kabel worden aangesloten, maar dat gaat trager.
Beide camera’s gebruiken een accu uit de EN-EL3-familie. Een nieuwere EN-EL3e past in beide toestellen. De D70 werd geleverd met de oplader MH-18, de D50 met de compactere MH-18a. Ze kunnen ook allebei bediend worden met de kleine infraroodafstandsbediening ML-L3.
Let op: in advertenties worden de D70s en de D70 nogal eens door elkaar gehaald. Controleer de typeaanduiding op de voorkant van de camera, want de D70s heeft net als de D50 een groter scherm van 2 inch.
Nikon D50 of D70: welke past bij jou?
Kies de D50 als je een lichte, eenvoudige camera zoekt om mee te beginnen, vooral in de automatische standen of in stand P en A fotografeert en graag SD-kaarten gebruikt. Hij is ook een fijne tweede camera of een camera voor op reis.
Kies de D70 als je de techniek echt wilt leren en vaak in stand M werkt. De twee instelwielen, de kortere sluitertijd, de scherptedieptecontrole en de commander-functie maken hem flexibeler.
Koop je tweedehands, dan is de staat van het exemplaar belangrijker dan het model. Gebruik de checklist voor een tweedehands spiegelreflexcamera om sensor, sluiter en kaartslot te controleren.
Tip: leg beide camera’s naast elkaar als dat kan. Hoe een camera in je hand ligt, bepaalt vaak meer dan een regel in een specificatietabel.
Veelgestelde vragen over Nikon D50
Ja. Beide camera’s hebben de Nikon F-vatting en een eigen autofocusmotor. Een objectief dat op de D70 werkt, werkt in de regel ook op de D50, inclusief oudere AF-objectieven.
Ja, de D50 werd naast de zwarte versie ook in een zilveren uitvoering verkocht. De D70 was er alleen in het zwart.
Nikon bracht in 2006 de D40 uit als nieuw instapmodel. Die is nog kleiner, maar mist de autofocusmotor in de body. De D80 kwam in dezelfde periode als hoger gepositioneerde camera.
Ja. De D50 kan een NEF-bestand en een JPEG tegelijk opslaan, net als de D70. Zo heb je direct een bruikbare JPEG en een RAW-bestand om later te bewerken.



