Fotografietechniek

Diafragma uitgelegd: zo werkt het op je Nikon D70

Wat betekenen f/2.8 en f/11, en waarom wordt je achtergrond soms vaag? Zo werkt het diafragma, met de Nikon D70 als voorbeeld.

7 min lezen

Close-up van de diafragmalamellen in een objectief, dichtgeknepen tot een kleine opening
De lamellen in het objectief vormen samen het diafragma; hoe verder dicht, hoe hoger het f-getal.

Het diafragma bepaalt hoeveel licht er door je objectief valt en hoeveel van je foto scherp is. Wie dat ene principe snapt, maakt met de Nikon D70 meteen bewustere foto’s: een portret met een zachte achtergrond, of juist een landschap dat van voor tot achter scherp is. In dit artikel lees je wat het diafragma is, hoe de f-getallen werken en hoe je het op de D70 instelt.

In het kort

  • Het diafragma is de opening in je objectief: een klein f-getal is een grote opening.
  • Elke volle stop (f/4, f/5.6, f/8) halveert of verdubbelt de hoeveelheid licht.
  • Groot diafragma geeft een vage achtergrond, klein diafragma veel scherptediepte.
  • Op de D70 kies je het diafragma in stand A of M met de voorste instelschijf.

Wat is het diafragma van een objectief?

In elk objectief zit een ring van dunne metalen lamellen. Samen vormen ze een opening die groter of kleiner kan worden, net als de pupil van je oog. Die opening heet het diafragma.

Een grote opening laat veel licht door, een kleine opening weinig. Bij een spiegelreflexcamera als de D70 staat het diafragma tijdens het kijken door de zoeker altijd helemaal open, zodat je een helder beeld ziet. Pas op het moment dat je afdrukt, knijpen de lamellen razendsnel dicht tot de waarde die jij of de camera gekozen heeft.

Diafragmagetallen: waarom f/2.8 groter is dan f/16

Het diafragma wordt uitgedrukt in een f-getal, zoals f/2.8 of f/11. Dat getal is een verhouding: de brandpuntsafstand gedeeld door de doorsnede van de opening. Daarom werkt het omgekeerd van wat je zou verwachten. Een klein getal betekent een grote opening, een groot getal een kleine opening.

De klassieke reeks volle stops is f/1.4, f/2, f/2.8, f/4, f/5.6, f/8, f/11, f/16 en f/22. Elke stap in die reeks halveert de hoeveelheid licht. Van f/4 naar f/5.6 krijgt de sensor dus de helft minder licht, van f/4 naar f/8 een kwart.

De D70 verstelt het diafragma standaard in stapjes van 1/3 stop. Daardoor zie je ook tussenwaarden als f/6.3 en f/7.1 voorbijkomen. Wil je liever halve stops, dan kies je dat bij persoonlijke instelling 9 (EV-stap) in het menu.

Lichtsterkte van je objectief

De grootste opening die een objectief haalt, heet de lichtsterkte. Die staat op de lens zelf, bijvoorbeeld 1:1.8 op een 50 mm. De bekende kitlens van de D70, de AF-S DX 18-70mm f/3.5-4.5G, heeft een variabele lichtsterkte: f/3.5 in de groothoekstand en f/4.5 als je helemaal inzoomt. Kijk voor meer mogelijkheden in het overzicht van objectieven die op de D70 passen.

Diafragma en scherptediepte

Het diafragma doet meer dan licht doseren. Het bepaalt ook de scherptediepte: het gebied voor en achter je onderwerp dat nog scherp oogt.

  • Groot diafragma (f/1.8 tot f/4): weinig scherptediepte. Je onderwerp komt los van een vage achtergrond. Ideaal voor portretten, details en dieren.
  • Middelgroot diafragma (f/5.6 tot f/8): een gezonde balans. Geschikt voor groepen, straatfotografie en reizen.
  • Klein diafragma (f/11 tot f/16): veel scherptediepte. Van de bloemen op de voorgrond tot de bergen in de verte is alles scherp.

Scherptediepte hangt niet alleen van het diafragma af. Ook de afstand tot je onderwerp en de brandpuntsafstand tellen mee. Hoe dichter je bij je onderwerp staat en hoe verder je inzoomt, hoe smaller de scherpe zone wordt, zelfs bij f/8.

De D70 heeft een sensor in DX-formaat, kleiner dan een kleinbeeldnegatief. Bij dezelfde beeldhoek en hetzelfde f-getal krijg je daardoor iets meer scherptediepte dan met een fullframecamera. Een heel vage achtergrond haal je het makkelijkst met een lichtsterk objectief en een flinke afstand tussen onderwerp en achtergrond.

Zwart-witfoto van een hand die een Nikon AF-S DX-zoomobjectief vasthoudt
Een G-objectief zonder diafragmaring: op de D70 stel je het diafragma dan met de instelschijf in.

Diafragma instellen op de Nikon D70

Op de D70 kies je het diafragma met de secundaire instelschijf, het wieltje aan de voorkant onder de ontspanknop. Dat werkt in twee standen van de keuzeknop:

  1. A (diafragmavoorkeuze): jij kiest het f-getal met de voorste instelschijf, de camera zoekt er zelf een passende sluitertijd bij.
  2. M (handmatig): de voorste schijf regelt het diafragma, de achterste hoofdinstelschijf de sluitertijd. De belichtingsaanduiding in de zoeker laat zien of je onder of boven de gemeten waarde zit.

In de stand P kiest de camera beide waarden, maar kun je met de achterste schijf schuiven tussen combinaties met hetzelfde resultaat. In de motiefstanden zoals Portret of Landschap heb je geen directe invloed op het diafragma. Het gekozen f-getal zie je op het lcd-schermpje bovenop en onderin de zoeker.

Let op: heeft je objectief een diafragmaring, zoals veel AF-D-lenzen, zet die ring dan vast op het kleinste diafragma (het hoogste f-getal, vaak oranje gemarkeerd). Staat de ring ergens anders, dan toont de D70 de melding FEE en kun je niet fotograferen. G-objectieven hebben geen ring; daar regelt de camera alles.

Gebruik je een oud handmatig objectief zonder CPU, dan stel je het diafragma met de ring op de lens in. De lichtmeter van de D70 werkt met zulke lenzen niet, dus je fotografeert in stand M en controleert de belichting op het scherm. Meer over de knoppen en menu’s lees je in de Nederlandse handleiding van de D70.

Scherptediepte vooraf controleren

Omdat je door een volledig geopend objectief kijkt, ziet de zoeker er altijd uit alsof je op de grootste opening fotografeert. De D70 heeft daarom een scherptedieptecontroleknop aan de voorkant van de body. Houd je die ingedrukt, dan knijpt het diafragma alvast dicht tot de ingestelde waarde.

Het zoekerbeeld wordt dan donkerder, maar je ziet wel hoe ver de scherpte reikt. Even wennen, maar bij landschappen en close-ups is het een handige controle voordat je afdrukt.

Welk diafragma kies je in de praktijk?

Een paar vertrekpunten die op de D70 goed werken:

  • Portret: f/2 tot f/4 met een vaste brandpuntsafstand of een korte telezoom. Stel scherp op het dichtstbijzijnde oog.
  • Landschap: f/8 tot f/11. Daarmee is bijna alles scherp zonder dat het beeld zachter wordt.
  • Groepsfoto: f/5.6 tot f/8, zodat ook de tweede rij scherp is.
  • Weinig licht binnen: zo groot mogelijk, zodat je sluitertijd niet te lang wordt.
  • Macro en close-up: f/8 tot f/16, omdat de scherptediepte van dichtbij heel klein is.

Tip: zet de D70 eens op een statief, kies stand A en maak dezelfde foto op f/3.5, f/8 en f/16. Vergelijk ze op de computer. Je leert er meer van dan van tien uitleggen.

Scherpste diafragma en diffractie

Bijna geen enkel objectief is op volle opening op zijn scherpst. De hoeken zijn vaak wat zachter en er kan lichte vignettering optreden. Knijp je één tot twee stops dicht, dan verbetert dat meestal duidelijk. Veel lenzen presteren rond f/5.6 tot f/8 op hun best.

Ga je juist ver dicht, naar f/16 of f/22, dan buigt het licht af langs de randen van de kleine opening. Dat heet diffractie en maakt het hele beeld iets zachter. Op de 6,1 megapixel sensor van de D70 valt dat minder snel op dan op moderne camera’s met veel meer pixels, maar het effect is er wel.

Kies dus niet automatisch het kleinste diafragma voor maximale scherptediepte. Gebruik zo veel als nodig, niet meer. Meer praktische voorbeelden per situatie vind je bij fotograferen met de D70.

Diafragma en de rest van de belichting

Het diafragma staat nooit alleen. Maak je de opening een stop kleiner, dan moet je dat compenseren met een twee keer zo lange sluitertijd of een hogere ISO-waarde. In stand A doet de D70 dat automatisch met de sluitertijd. Houd daarom de sluitertijd in de zoeker in de gaten: zakt die onder de grens waarbij je nog stil kunt houden, open dan het diafragma verder of verhoog de ISO.

Wie het diafragma eenmaal bewust kiest, merkt snel dat foto’s er anders uitzien. Begin in stand A, kijk wat er met je achtergrond gebeurt en bouw van daaruit verder.

Veelgestelde vragen over diafragma

Waarom staat er FEE op het scherm van mijn D70?

Die melding verschijnt als de diafragmaring van je objectief niet op het kleinste diafragma staat. Draai de ring naar het hoogste f-getal en zet hem vast met het schuifje op de lens. Daarna regelt de camera het diafragma weer zelf.

Kan ik het diafragma veranderen in de automatische stand?

In de groene AUTO-stand en de motiefprogramma’s kiest de camera het diafragma zelf. In stand P kun je met de achterste instelschijf wel een andere combinatie van diafragma en sluitertijd kiezen. Volledige controle heb je in stand A en M.

Welk objectief geeft op de D70 de mooiste vage achtergrond?

Een vaste brandpuntsafstand met een grote lichtsterkte, zoals een 50 mm f/1.8 of een 85 mm f/1.8, geeft de meeste achtergrondonscherpte. Ook een telezoom op de langste stand werkt goed, zolang je dicht bij je onderwerp staat en de achtergrond ver weg is.

Verandert het diafragma ook de kleuren van mijn foto?

Niet direct. Het diafragma beïnvloedt de helderheid, de scherptediepte en bij volle opening soms wat donkere hoeken. Kleuren worden vooral bepaald door het licht, de witbalans en de beeldinstellingen van de camera.

Werkt het diafragma ook tijdens het filmen met de D70?

De D70 kan niet filmen. Het is een camera voor foto’s; video op spiegelreflexcamera’s van Nikon kwam pas enkele generaties later.

Lees ook